Over projectieve empathie, gedeelde menselijkheid en het terugvinden van zelfcompassie
In mijn theorie van projectieve empathie en in mijn herstelmodel staat één principe centraal: gelijkwaardigheid. Ik heb gemerkt dat dit een belangrijke voorwaarde is voor herstel. Zonder gelijkwaardigheid is er geen echte ontmoeting. En zonder echte ontmoeting blijft herstel oppervlakkig of eenzaam.
De ander als spiegel, maar alleen bij gelijkwaardigheid
We spiegelen ons voortdurend aan anderen. Zo vormen we ons beeld van wie we zijn. In projectieve empathie beschrijf ik hoe we in de ander delen van onszelf kunnen herkennen: emoties, eigenschappen of verlangens die we misschien (nog) niet volledig hebben kunnen toelaten in onszelf.
Maar dat proces werkt alleen wanneer de relatie gelijkwaardig is.
Zodra er hiërarchie ontstaat, verandert de spiegel. De één weet het beter, is verder, sterker of ‘gezonder’. We kijken niet meer met elkaar, maar naar elkaar. De ander wordt voorbeeld, probleem, cliënt, helper of maatstaf. En precies dan verdwijnt de ruimte waarin iets wezenlijks kan gebeuren.
Kwetsbaarheid vraagt veiligheid
Wanneer de ander zijn kwetsbaarheid toont, zie je in de ander vaak eigenschappen die je in jezelf nog niet kunt verdragen. Niet omdat ze er niet zijn, maar omdat er lange tijd geen ruimte voor was om ze te voelen, te begrijpen of vast te houden. In jezelf worden zulke delen vaak onmiddellijk gecorrigeerd, afgewezen of overschaduwd door schaamte, oordeel of zelfkritiek.
Bij de ander ligt dat anders. Je mag ernaar kijken, zonder dat je er meteen iets mee hoeft. Juist die afstand maakt iets mogelijk wat intern vaak ontbreekt: empathie en compassie. Wat in jezelf te dichtbij, te bedreigend of te beladen voelt, kan via de ander eerst veilig worden waargenomen.
Zo ontstaat er een tussenruimte waarin gevoelens en eigenschappen niet direct opgelost hoeven te worden, maar simpelweg gezien mogen worden. In deze tussenruimte ben jij de veilige waarnemer die het proces van de ander met compassie kan observeren.

Bij het kijken naar de andere zie je angst, en voelt geen afkeer maar herkenning.
Je ziet onzekerheid, en merkt dat je mild blijft in plaats van streng.
Je ziet schaamte, en voelt begrip in plaats van verharding.
Je ziet worsteling, en ervaart misschien zelfs respect of stille bewondering.
Terwijl je deze eigenschappen in jezelf misschien al lang had afgewezen. Ik hoor vaak van mensen dat ze vaak een stuk strenger zijn voor zichzelf dan voor een ander. Gelukkig kunnen we deze compassie die we voor de ander voelen, vervolgens weer een beetje laten terugvloeien naar onszelf.
Het is dus een relationeel proces. Compassie ontstaat vaak pas voor het eerst in relatie tot een ander, omdat de innerlijke dreiging daar lager is.
Het terugnemen van wat je herkent
Een kernstap binnen projectieve empathie is dat wat je met compassie in de ander kunt zien, langzaam mag terugkeren naar jezelf.
Als ik mild kan blijven bij jouw angst, waarom zou mijn eigen angst dan alleen maar afgewezen mogen worden? Als jouw kwetsbaarheid mij niet afschrikt, waarom voelt de mijne dan zo gevaarlijk?
Doordat je ervaart dat deze gevoelens menselijk, gedeeld en verdraaglijk zijn, verliest het idee dat er ‘iets mis is met jou’ langzaam zijn grip. Schaamte lost op en je durft steeds meer van jezelf te laten zien, jezelf te zijn. Zo wordt gelijkwaardigheid een praktische toegangspoort tot zelfcompassie.
Gedeelde menselijkheid als herstelkracht
Gelijkwaardigheid betekent niet dat iedereen hetzelfde is, maar dat niemand erboven staat. We dragen allemaal kwetsbaarheid, tegenstrijdigheid en onvoltooidheid met ons mee. Dat besef van gedeelde menselijkheid vormt de basis voor echte empathie. Zonder dat je hoeft te redden, corrigeren of oplossen. En die empathie werkt twee kanten op: wat je de ander gunt, begint ook in jezelf mogelijk te worden.
Herstel gebeurt in relatie
Relaties zijn geen bijzaak in herstel. Ze zijn dragers van verandering. Ze beïnvloeden hoe veilig we ons voelen, hoe we naar onszelf kijken en of zelfcompassie überhaupt een kans krijgt.
Dat is ook waarom herstelbenaderingen zoals die van de Herstelacademie werken vanuit gelijkwaardigheid en gedeelde ervaring. Niet omdat dat zacht of vrijblijvend is, maar omdat het wezenlijk helend is. Mensen genezen elkaar daar niet, maar ze ontmoeten elkaar. En precies in die ontmoeting ontstaat beweging.