“Wat als je niet meteen een heel platform bouwt, maar eerst vijf mensen interviewt?”
Hij zat tegenover me met zijn armen nog wijd, alsof hij de grootte van zijn plan nog even in de lucht vasthield. Het moest een methode worden. Een platform. Een boek, lezingen, een opleiding, een keurmerk. Een beweging die de wereld van persoonlijke ontwikkeling zou veranderen.
Alles zat er al in: de doelgroep, de naam, de uitstraling, de belofte. Alleen de eerste stap was nog wazig. Hij keek me aan met grote ogen, alsof ik net had voorgesteld om een kathedraal te beginnen met één baksteen.
Toen zuchtte hij, en heel even zag ik de spanning uit hem weglopen. Alsof hij, al was het maar voor een paar seconden, naast me kwam staan. Niet meer hoog boven zijn eigen toekomst, maar gewoon hier. Aan tafel. In het begin, bij de eerste stap.
“Ja,” zei hij uiteindelijk. “Misschien is dat voor nu beter. Eerst iets doen waardoor ik mijn zelfvertrouwen weer een beetje terugkrijg. Totdat ik weer van binnenuit voel welke kant ik op moet.”
Alsof het al geslaagd is door het te dromen
Dat moment bleef bij me, omdat ik dit vaker zie. Bij anderen, maar soms ook in mezelf. Niet altijd in dezelfde vorm. Ik ben zelf niet per se iemand die voortdurend grote plannen maakt en ze vervolgens niet afmaakt, maar ik herken wel de kracht van een groot innerlijk beeld. Dat moment waarop iets in je hoofd al bijna werkelijkheid voelt, omdat je het zo helder kunt zien.
Je ziet niet alleen een idee, je ziet het geheel. De website, de lezingen, het boek, de praktijk, de relatie, het gezin, de reis, de toekomst waarin alles eindelijk samenvalt. En juist omdat je het zo goed voor je ziet, lijkt het soms alsof de werkelijkheid alvast een beetje mee moet buigen.
Dat is iets prachtigs. Ik wil niemand zijn grote dromen afnemen. Laat niemand ooit tegen je zeggen dat je normaal moet doen, kleiner moet denken of moet ophouden met dromen. De wereld heeft mensen nodig die verder kijken dan wat er nu al is. Mensen die verbanden zien, mogelijkheden voelen en nieuwe vormen kunnen voorstellen.
Maar ik heb ook meegemaakt dat mensen zó sterk in hun droom geloven, dat ze erover praten alsof het al werkelijkheid is. Alsof het project eigenlijk al bestaat, alleen nog niet helemaal zichtbaar is voor de buitenwereld. Alsof het al geslaagd is door het te dromen.
En juist daar kan het gaan botsen. Ik heb gezien hoe mensen vastlopen zodra de buitenwereld niet vanzelf meebeweegt. Als anderen niet meteen begrijpen wat ze bedoelen, als er nog geen klanten komen, als er nog geen duidelijke ingang is, of als het plan toch minder stevig blijkt dan het in hun hoofd voelde.
Soms wordt het project dan pijnlijk. Soms verdwijnt het naar de achtergrond en komt er snel weer iets nieuws voor in de plaats. Niet omdat de droom waardeloos was, maar omdat hij de werkelijkheid nog niet echt had aangeraakt.
De bubbel is mooi, tot je eruit moet stappen
Zo’n droom kan een bubbel worden. Een mooie bubbel, dat wel. Een bubbel waarin alles klopt, waarin jij precies weet wat je komt brengen, waarin de toekomst al een vorm heeft gekregen. Misschien is dat ook nodig. Misschien moet je soms eerst zo sterk in iets geloven voordat je überhaupt durft te bewegen.
Maar op een gegeven moment moet er ook iets gebeuren buiten je hoofd. Niet nóg beter bedenken wat het uiteindelijk moet worden, maar ontdekken wat er gebeurt als je het in contact brengt met echte mensen. Met echte reacties, echte weerstand, echte vragen, echte stiltes.
Bijvoorbeeld door niet meteen een platform te bouwen, maar eerst tien mensen te spreken. Niet meteen een methode te verkopen, maar eerst te onderzoeken waar je doelgroep werkelijk mee worstelt. Niet meteen je hele website om te gooien, maar eerst één vraag scherp te krijgen.
Waar lopen deze mensen op vast? Wat missen ze? Waar verlangen ze naar? Waar schamen ze zich misschien voor? Wat zeggen ze pas als je echt luistert?
Zo’n eerste stap lijkt kleiner dan de droom. Vaak ís hij ook kleiner. Maar hij is niet minder belangrijk. Een gesprek met een echt mens haalt je uit de bubbel, niet hardhandig en niet vernietigend, maar precies genoeg. Je droom blijft bestaan, alleen krijgt hij weerstand, gewicht en richting. Hij raakt de grond. En als hij goed is, overleeft hij dat.
Misschien verandert hij van vorm. Misschien wordt hij eenvoudiger. Misschien wordt hij juist sterker. Dat is volgens mij het verschil tussen iemand uit zijn droom halen en iemand helpen landen.
Ik wil helemaal niet altijd de nuchtere zijn
Ik vind het zelf helemaal niet zo fijn om die kritische stem te moeten zijn. Degene die waarschuwt. Degene die zegt: ja, maar waar sta je nu eigenlijk? Degene die de realiteit erbij haalt op het moment dat iemand net aan het vliegen is.
Eerlijk gezegd heb ik ook veel liever de rol van de dromer, de bouwer, de creatieveling. Ik wil liever meevliegen dan degene zijn die nuchter op aarde blijft staan. Ik vind het mooi als iemand iets groots voor zich ziet. Ik kan daar ook echt van genieten. Van dat vuur, die visie, dat gevoel dat er iets nieuws kan ontstaan.
Misschien kan ik me juist daarom zo goed in die ander inleven. Omdat ik weet hoe het is om iets voor je te zien. Hoe mooi dat kan zijn. Hoe fijn het is om een richting te voelen, een lichtpuntje, een plek om naartoe te werken. Grote dromen moet je niet zomaar door iemand laten afnemen. Koester ze. Wees er trots op. Soms is zo’n droom precies wat je nodig hebt om weer beweging te voelen.
Maar juist omdat zo’n droom belangrijk is, heeft hij soms ook iemand nodig die vraagt: wat is nu een goede volgende stap? Niet om de droom kleiner te maken, maar om hem dichterbij te brengen. Wat kun je deze week al doen? Welke stap zou je helpen om je iets zelfverzekerder te voelen? Wat brengt je dichter bij jezelf, of dichter bij de mensen voor wie je iets wilt betekenen?
Eén gesprek is soms meer waard dan nog een plan
Dat hoeft geen groot gebaar te zijn. Misschien is het één gesprek. Eén vraag. Eén mail. Eén kleine beweging richting de werkelijkheid. Iets wat je deze week nog kunt doen, zodat je droom niet alleen boven je blijft hangen, maar langzaam een pad begint te worden.
Ik denk dat dromers en nuchtere mensen elkaar daarin kunnen helpen. Of misschien beter gezegd: dat die twee delen in onszelf elkaar nodig hebben. Het deel dat durft te zien wat er nog niet is, en het deel dat vraagt waar de eerste steen moet komen.
Want als je alleen maar op aarde blijft staan, gebeurt er weinig nieuws. Dan wordt alles verstandig, haalbaar en klein. Maar als je alleen maar blijft vliegen, kan je droom zo groot worden dat je er zelf niet meer bij kunt.
Soms is de mooiste vraag dan niet: hoe groot kan dit worden? Maar: waar kan ik morgen beginnen?
Verder lezen?
Wie groot durft te dromen, raakt soms iets wezenlijks aan; op Schaduw Analyseert onderzoek ik de schaduwkant daarvan: wat er gebeurt wanneer een visie zo groot wordt dat hij een vluchtroute wordt.
